
Als ik mocht kiezen
Als ik een keuze zou mogen maken, dan zou ik kiezen voor de dood en afzien van dementie. Dat klinkt ernstiger dan ik het bedoel, maar deze overpeinzing overviel mij na afloop van de zondagmiddaglezing van Bert Keizer in de Hofkerk in Oldenzaal. U kent dat wel, je gaat naar huis met meer vragen dan waarmee je kwam.
En omdat het zondag was, de roséwijn van de Smorre was vooraf al koud gezet, besloot ik mijn gedachten de vrije loop te laten en even te nippen aan het glas.
Dementie lijkt mij een merkwaardige manier om afscheid te nemen van het leven. Eerst verdwijnen de sleutels, daarna de namen, en vervolgens de herinneringen. De dood daarentegen is duidelijk. Je bent er nog, en dan ineens niet meer. Administratief gezien is dat een stuk overzichtelijker.
Maar goed, stel dat er toch iets zal zijn na de dood. Na het tweede glas begon mijn fantasie pas echt op gang te komen. Misschien kom je terecht in een soort hemelse ontvangsthal. Geen wolken en harpen, maar een loket met een apparaatje dat voortdurend nummers oproept.
"Nummer 131035 mag doorlopen naar Eeuwigheid B."
Daar zit dan een vriendelijke dame achter glas die vraagt: "Had u een reservering?"
"Eh, nee," zeg ik.
"Dat geeft niets. Niemand heeft hier een reservering. Dat denken ze alleen."
Vervolgens krijg je een informatiepakket. Daarin staat dat de eeuwigheid niet bestaat uit onbeperkt roséwijn drinken, kranten lezen die alleen goed nieuws bevatten en gesprekken voeren zonder dat iemand op zijn telefoon kijkt.
Na een paar eeuwen begint dat natuurlijk ook te vervelen. Zelfs de hemel heeft last van routine. Dan blijkt er een klachtencommissie te bestaan.
"Waarmee kunnen wij u helpen?"
"Ik zou graag weer eens op iemand wachten," zeg ik. "Of gewoon mijn bril zoeken. Gewoon voor de afwisseling."
Misschien is dat wel de grap van het bestaan: dat we denken dat geluk ligt in het ontbreken van ongemak, terwijl juist dat ongemak het leven zijn smaak geeft. De verloren sleutelbos, een verkeerde afslag, een verjaardag die je was vergeten. Zonder die dingen blijft er weinig te vertellen over.
En zo was ik na de lezing op mijn driewielerfiets naar huis gereden. Niet wijzer, maar wel vrolijker. Want zolang ik nog kan vergeten waar ik mijn leesbril heb neergelegd én hem later weer terugvind, valt het allemaal mee.
Over de dood maak ik mij voorlopig geen zorgen. Die afspraak wordt vanzelf nagekomen. En als er daarna werkelijk een loket blijkt te zijn, hoop ik dat ze daar tenminste goede rosé schenken. Dat lijkt mij voor de eeuwigheid wel het minste.
Kaatje Knip, juni 2026